home

Dyscalculie


Welkom op de wikipagina over dyscalculie. Deze pagina is vooral gericht op leerkrachten van het middelbaar onderwijs. Wanneer ze een vermoeden hebben dat één van hun leerlingen dyscalculie heeft kunnen ze hier tips vinden om dit vermoeden te controleren. Daarnaast wordt uitgelegd wat dyscalculie net inhoud en hoe je erop kan reageren. In enkele filmpjes worden deskundigen aan het woord gelaten en onderaan vindt u enkele nuttige linken naar andere pagina’s.

1. Wat is dyscaclulie?


Er is een verscheidenheid aan redenen waardoor leerlingen moeilijkheden hebben met wiskunde Het is daarom niet zo dat al deze leerlingen dyscalculie hebben. Als er bij een persoon enkele basis onderdelen in de wiskunde op dagdagelijkse basis zorgen voor moeilijkheden en frustratie dan kan er gesproken worden van dyscalculie.

Dyscalculie is een leerstoornis die ontstaat als gevolg van stoornissen in de cognitieve (het kunnen omgaan met de verwerking van informatie en kennis) ontwikkeling van het kind. Dit houdt het verwerken, organiseren, bewaren en weer ophalen van informatie in de hersenen.
Bron:http://www.dyscalculie.com/index.php?option=com_content&task=blogsection&id=6&Itemid=38

2. Waar komt dyscalculie vandaan?


Deze leerstoornis kan enerzijds de oorzaak zijn van duidelijke oorzaken zoals hersenbeschadiging of het verwaarlozen van didactische en pedagogische opvoeding. Anderzijds is een erfelijke voorbestemming een mogelijke verklaring.

largestnumber.gif


Over de exacte oorzaken is dus nog meer onderzoek nodig . Wat men wel heeft vastgesteld is dat het niets te maken heeft met een gebrek aan intelligentie, concentratie of motivatie. Maar het de correcte werking van het korte termijn geheugen speelt wel een belangrijke rol. Daarnaast merkt men dat leerlingen met dyscalculie een lagere hersenactiviteit hebben tijdens het reken dan leerlingen zonder dyscalculie.

3. Hoe moet ik omgaan met dyscalculie?

3.1 Hoe kan ik dyscalculie herkennen?

Om dyscalculie te ontdekken is er een nauwkeurige observatie van de leerling nodig want een simpele test is er niet. Voor bepaalde indicaties moet men oog hebben zoals er zijn:
· De leerling presteert goed voor andere vakken maar zelfs bij extra uitleg en oefening blijft wiskunde te moeilijk.
  • Tijdens het oplossen van een rekenraadsel heeft de leerling geen vlotte gedachtegang. Dit kan je opsporen door de uitwerking van een berekening hardop te laten uitspreken.
  • whereisthex.jpgTijdens het tellen worden getallen overgeslagen

  • De leerling telt op zijn vingers.

  • De leerling heeft moeite met het opschrijven van gesproken getallen.

  • De leerling werkt beduidend traag aan wiskunde opdrachten.

  • De leerling heeft een afkeer van wiskunde.

Als een er enkele of veel van deze situaties zich voordoen kan men in de richting van dyscalculie denken maar dit kan enkel wanneer andere oorzaken voor deze problemen zijn uitgesloten. Daarom is het van belang om na te gaan of er sprake is van emotionele problemen, problemen op het taalniveau of intelligentie of een tekort komen in het onderwijs.

3.2 Hoe moet ik reageren op dyscalculie?

3.2.1 Leerling begeleiden
  • Het vaststellen van dyscalculie is van belang voor de leerbegeleiding van een leerling maar kan storend zijn voor de leerling zelf wanneer hij dit etiquette krijgt opgeplakt. Ze krijgen het gevoel dat het probleem bij hun ligt en omdat het een stoornis is krijgen ze de stempel van “ziek” te zijn.

  • Het is dus van belang om de leerling in kwestie duidelijk te informeren over wat dyscalculie is en wat er aan gedaan kan worden. Vaak krijgen ouders van leerlingen door artsen of andere mensen veel en duidelijke uitleg maar blijven de leerlingen zelf in de kou staan.
34.gif
3.2.2 Thuis

  • Ga je kind niet steeds aanmanen om extra reken oefeningen te maken dit heeft in de meeste gevallen een omgekeerd effect.

  • Indien je extra oefenwerk werk noodzakelijk vindt is het verstandig om eerst met de leerkracht te overleggen.
  • Wel kan je op een subtiele manier het kind bezig houden met rekenwerk. Spelletjes als rummikub en hobbies als bakken kunnen een positieve effect hebben.

  • Indien de school het probleem dyscalculie grondig aanpakt is het niet aan geraden om als ouder je te richten op het rekenen. In het geval dat de school wienig aandacht geeft aan zulke problemen kan men dit aankaarten bij de schoolcommissie of kan men buiten school hulp zoeken en indien nodig naar een beter school gaan
  • Dat het kind gemotiveerd blijft en uit eigen wil extra oefeningen maakt is een must.

3.2.3 Op school

  • Eerst moet de school het probleem dyscalculie aanvaarden om vervolgens te kunnen vaststellen dat er meerdere schoolieren met dit probleem te kampen hebben.

  • Bovendien moet er een expert zijn op school die weet hoe zulken gevallen moeten op gevangen worden of moet de school met die persoon in contact kunnen komen.
  • Verder is het belangrijk de ouders op de hoogte te stellen van de stoornis van hun kind en indien nodig met hen overleggen ingeval dat extra hulp noodzakelijk blijkt.
  • Het is handig vervolgens de ouders te informeren over de hulpmiddelen die de school handteert om het probleem van het kind te verhelpen. De ouders attent maken op het feit dat de kind geen extra aandacht nodig heeft buiten de school (mits overleg) is niet misplaatst.
  • Een eventueel hulpmiddel is de rekenkundige bewerkingen overzichtelijker maken. bv: verschillen in het rood, vermenigvuldiging in het blauw, ... enz.
  • Het gevolg hiervan is dat de leerling een duidelijker signaal krijgt dat hij een ander berekeningsmethode moet gebruiken wat ook in de meeste gevallen het obstakel is.
  • Probeer een oeffening af te beelden door de simulatie van een kassierster in een winkel dat snoep verkoopt.



amiracle.gif


4. Voorbeelden uit de praktijk.

Leerling x is een meisje uit het vierde middelbaar. ze wist altijd van haar eigen dat er iets mis was met haar als het op rekenen aankwam. toen ze nog in het lagerschool zat had X al veel moeilijkheden met rekenen, maar de juffen en de ouders dachten dat ze gewoon geen zin had om te rekenen of dat ze het gewoon niet leuk vond. de ouders en de leerkrachten linkten haar moelijkheden met rekenen met het feit dat ze gewoon niet graag wil reken. via het CLB werden allerlei testen genomen bij alle kinderen in het lagerschool. daar hadden ze een attest opgesteld waarin duidelijk staat vermeld dat persoon X dyscalculie heeft. Maar deze vaststelling op papier is nooit in de handen van de ouders van persoon X terecht gekomen. helaas was er een misstap geweest waardoor niemand op de hoogte was van X haar probleem.
Toen X in het tweede leerjaar zat heeft ze de advies van de leerkrachten gevolgd. namelijk het tweede leerjaar overdoen omdat haar rekenoefeningen te zwak waren voor haar en deze moeilijkheden zullen haar dan ook in het derde leerjaar belemmeren.
persoon X heeft dat ook gedaan, maar deze oplossing stopte X haar probleem niet. ze bleef maar sukkelen in haar rekenoefeningen en geraakte met moeite elke jaar over naar een hogere klas.
Noch de ouders, Noch de leraars hebben X's probleem opgemerkt. Tot op de dag van vandaag is er een wonder gebeurd vertelt X. sinds een maand of twee heeft X een test moeten afleggen over leerstoornissen waaronder dyscalculie, de persoon bij wie ze de test heeft afgelegd is tot de conclusie gekomen dat X dyscalculie heeft, en dat ze nog altijd moeilijkheden had met simpele rekensommetjes.
de ouders van X hebben dit gemeld aan al haar leerkrachten, men heeft ook in haar dossier gezocht en tot hun grote verbazing hebben ze kunnen opmerken dat men dyscalculie bij X al op een vroege leeftijd is opgemerkt geweest, maar helaas niemand die dit heeft doorgegeven aan de ouders of andere betrokkenen.
X zit nu in het 4de middelbaar en studeert tso. de directie en de leerkrachten zullen samen zitten voor verdere stappen te bespreken, om x te kunnen helpen met haar leerstoornis waarmee ze al jaren sukkelt.
X wist mij te vertellen dat ze zich al die tijd dom voelde, ze wist al heel die tijd dat er iets mis was, maar ze dacht dat alle schuld bij haar lag en dat ze gewoon te dom was om rekensommetjes op te lossen.
ook vertelt ze dat het voor haar een groot opluchting is om te weten wat de oorzaak is van haar rekenprobleem. ze heeft dit nooit aan iemand kunnen vertellen, want ze voelde zich al die tijd beschaamd.
Het is als leerkracht zeer belangrijk om aandacht te besteden aan je leerlingen, of ze nu goed bezig zijn of niet. de meeste leerlingen sukkelen met verschillende leerproblemen en meestal zwijgen ze hierover. het is dan de taak van de leerkracht om de probleem te achterhalen en dit door gesprekken te voeren met de leerling en eventueel met de ouders.

5 (a) Tips en aandachtspunten voor leerkrachten:


Specifieke aandachtspunten, compenserende en dispenserende maatregelen:
Een compenserende maatregel zorgt ervoor dat een kind met leerproblemen een taak beter aankan, ondanks zijn tekorten. Een dispenserende maatregel stelt het kind vrij van een aantal eisen die omwille van de stoornis te moeilijk zijn voor dit kind.
a) Aandachtspunten:
  • De leerkracht helpt de leerling bij het zoeken naar verbanden en inzichten.
  • De leerkracht vertrekt vanuit instructie om te streven naar zelfinstructie bij de leerling.
  • De leerkracht gaat na of de leerling de opdracht duidelijk heeft begrepen.
  • Bij de aanbreng van de leerstof formuleert de leerkracht duidelijke doelen en werkt hij met oefeningen tussendoor.
  • Hij kondigt toetsen op voorhand aan om onnodige spanningen te vermijden.
  • De toetsen worden gespreid.
  • De leerkracht geeft extra uitleg in de klas.
  • De leerkracht duidt de kern van de leerstof aan.
  • De leerkracht helpt bij het opsplitsen van de leerstof in deeltaken en deelhandelingen.
b) Compenserende en dispenserende maatregelen:
  • De leerling krijgt meer tijd voor toetsen.
  • De toets wordt opgebouwd volgens moeilijkheidsgraad.
  • De leerling mag gebruikmaken van schema’s met regels.
  • De leerling krijgt huistaken die hij aankan en waarmee hij succes kan behalen.
  • Bij het rekenen mag de leerling indien nodig concreet materiaal gebruiken.
  • Het gebruik van een rekenmachine is toegelaten.
· Bron: http://users.telenet.be/clercqsje/index2.html

5 (b) Algemene tips


  • Tijd.
Om de taak te kunnen begrijpen zal de leerling meer tijd nodig hebben dan normaal.

  • Meeleven.
De leerkracht moet voldoende kennis hebben over het stoornis om zich gemaklijk te kunnen verplaatsen in de leefmilieu van het kind.

  • Structuur.
    Voor kinderen met leerproblemen is het extra noodzakkelijk de grenzen in de klas uit te stippelen. Doe dit steeds samen met de leerlingen. Vorvolgens is het belangrijk om te controleren of de leerlingen de afbakaning nog kennen.

  • Motivatie.
    Het is belangrijk dat de leerkracht het gedrag van het kind op een gemotiveerde manier formuleert. Als het kind iets goeds heeft gedaan is het belangrijk dat hij dat weet dit stimuleerd het zelfvertrouwen. Natuurlijk is en blijft een verkeerde opgeloste oefening fout, maar hoe dat boodschap wordt over gebracht naar het kind kan een gemotiveerde of een ontmoedigende effect hebben.
  • Realiteit
    Bovendien is het nodig dat de leerkracht zijn verwachtingen juist afstemt op de capaciteiten van de leerling. Te hoge verwachting zullen vervolgens een ontmoedigende effect hebben terwijl bij te lage verwachtingen het kind niet meer gemotiveerd blijft.

6. Video's over dyscalculie

Filmpje met duidelijke gedetailleerde uitleg over dyscalculie



Oefentips
Oefeningen in de les voor leerlingen met dyscalculie


Interview over dyscalculie

Hier vindt u een interview van Julia van Gemert met Hans van Luit. Hij is hoogleraar diagnostiek en behandeling van kinderen met dyscalculie.
Volgende items worden hierin besproken:
  • Is dyscalculie een stoornis?
  • Is het neurologisch bepaald, oftewel een hersenafwijking?
  • Of is het een gevolg van erg slecht reken-wiskundeonderwijs?
  • Komt het alleen voor in combinatie met hoogbegaafdheid?
  • En is dyscalculie te verhelpen?

De rekengroep

Dit is een filmpje waarin de werking van de rekengroep wordt uitgelegd. Dit is een klasje waar leerlingen met dyscalculie intensief begeleid worden zodat ze opnieuw kunnen meedraaien in het klassieke onderwijs.


7. Linken naar nuttige bronnen

  • Annemie Desoete en Tom Braams: Kinderen met Dyscalculie, 2008 Boom, Amsterdam
Rekentoornissen tellen mee.pdf
Ontdekten wetenschappers het hersengebied verantwoordelijk voor.pdf
Kinderen met dyscalculie.pdf
Leerlingen met dyscalculie mogen we in het.pdf


Bron:
http://watisdyscalculi.web-log.nl/watisdyscalculie/2006/01/conclusie.html
http://users.telenet.be/clercqsje/index2.html
http://gedragsproblemen-kinderen.info/Kenmerken_dyscalculie.htm
http://watisdyscalculie.web-log.nl/watisdyscalculie/2006/01/conclusie.html
http://www.opvoedadvies.nl/dyscalculie.htm


Links:
http://gedragsproblemen-kinderen.info/Kenmerken_dyscalculie.htm
http://www.dyscalculie.com/index.php?option=com_content&task=view&id=25&Itemid=39
http://users.telenet.be/clercqsje/begeleiding.html
http://www.sprankel.be/index.php?option=com_content&task=view&id=304&Itemid=305
http://www.dyscalculie.org/
http://www.dyscalculiaforum.com/news.php
http://www.bbc.co.uk/skillswise/tutors/expertcolumn/dyscalculia/index.shtml
http://www.learning-aids.com/dyscalculia